Dichter Crul

boekcrul

Cornelis Crul

was getrouwd met Cathelijne Petitpas. Een Antwerpse. Cathelijne komt van het Spaanse Cathelina (Catherina), en is een echt Belgische naam geworden door de Spaanse overheersing. Denk ook aan: De Spaansche Brabander. Crul, Cornelis (ca. 1500 tot 1550) was een Zuidnederlandse dichter, en koopman in Antwerpen. Schreef in rederijkerstrant, onder de kenspreuk: ‘Niet meer alsoo Crul’. Onder meer psalmbewerkingen, en eveneens door de bijbel geïnspireerde ‘Geestelijkcken a b c’ Een lofzang op de armoede, tevens een aanklacht tegen het geldmisbruik en kerkelijk wantoestanden), de Cluchte van eenen dronckaert’ en ‘Schoone ende gheneurchlicke historie oft cluchte van Heynken de Luyere’ over een aan UilenIspiegel verwante Antwerpse grappenmaker. ‘Mont toe, borse toe’ is een schildering van de Hervormingstijd, waarin geldzucht en kwaadsprekerij hoogtij vierden. Hij was dus een moralist, maar had ook humor. Meer informatie schijnt nog te vinden te zijn bij de Koninklijke Academie voor taal en letterkunde.

Crul (Cornelis), Antwerpsch dichter der eerste helft van de 16e eeuw, want hij bezong als ooggetuige de brandramp, welke op 6 Oct. 1533 een gedeelte der O.L.V. kerk in asch legde. Hij voerde tot kenspreuk: Niet meer zoo Crul. Zijne gekende werken verschenen als volgt:

Eenen gheestelycken A,B, vut de heylighe scrift in dichte ghestelt, Antw. 1543; Den geestelycken AB. ghetoghen wt den Psalmen David. Eende is seer profitelijck ende oorboorlijc voor alle kersten menschen bysondere alle jonghers om alle duechden daer wt te leeren tot secours ende bate van haerder zielen, ende is nyeuwelinge ghevisiteert ende geapprobeert by M. Marten Cools Licentiaet in der Godheyt ende Pastoor van der collegie ende kercke van S. Goele binnen der stadt van Brussel ende is toeghelaten ende ghegheven wt den secreten rade tot Brussel Willem Arents te moghen vercoopen en toesegghen, over alle onse landen ende heerlijcheden, steden, ende vryheden. Ghegheven wt Bruessel den XXX, dach Aprilis, anno 1551. Onderteekent M. Jan de Langhe, gheprint tot Loven op dye Proosstrate naest den scilt van Henegouwe by my Hugo Cornwels ghesworen boecprinter in ’t jaer ons Heeren M.D.LI.; – Ofte yemant mijn naem wilde weten Mont toe, Bors toe ben ick gheheeten. Een waerachtige beschrivinghe ende een goede leeringhe ghegeven aen alle christelijcke luyden, het zy edel ofte onedel van wat qualiteyt dat zy moghen zijn, rijck ofte arm, voor jonck ende oudt, dat elck doch quaet clappen schout ende volcht doch dit deuchdelijck vermaen, en wilt rechtmercken en verstaen, dit boecxken doet veel deucht oorbooren, het pryst sien swyghen en hooren, want een quade tonghe soo Jacobus seyt, brengt menich man in druck en leyt, in dit boecxken is veel deucht vertelt en al op goede dicht ghestelt, niemant beclaecht aen mijn zijn geldt. Ghedruckt int jaer ons Heeren M.D.CIX.; Sommighe schoone colloquien oft tsamen-sprekinghen, wt Erasmo Roterodamo: zeer ghenuechlijc om lesen, Tsamenghestelt ende overghezet door M. Cornelis Crul, excellent Rethoricien. Waer af ghy het inhout zult vinden in de naestvolghende pagina. Tot Delft, voor Adriaen Gerritsz. Boecverkooper woonende aen de Koorn-marct. Anno M.D.C.XI. Eenige der gedichten van Cornelis Crul werden herdrukt in het Vaderlandsch Museum van C.P. Serrure.

Cornelis Crul was getrouwd met Cathelijne Petitpas. Een Antwerpse. Cathelijne komt van het Spaanse Cathelina (Catherina), en is een echt Belgische naam geworden door de Spaanse overheersing. Denk ook aan: De Spaansche Brabander.

Crul, Cornelis (ca. 1500 tot 1550) was een Zuidnederlandse dichter, en koopman in Antwerpen. Schreef in rederijkerstrant, onder de kenspreuk: ‘Niet meer alsoo Crul’. Onder meer psalmbewerkingen, en eveneens door de bijbel geïnspireerde ‘Geestelijkcken a b c’

Een lofzang op de armoede, tevens een aanklacht tegen het geldmisbruik en kerkelijk wantoestanden), de Cluchte van eenen dronckaert’ en ‘Schoone ende gheneurchlicke historie oft cluchte van Heynken de Luyere’ over een aan UilenIspiegel verwante Antwerpse grappenmaker. ‘Mont toe, borse toe’ is een schildering van de Hervormingstijd, waarin geldzucht en kwaadsprekerij hoogtij vierden. Hij was dus een moralist, maar had ook humor. Meer informatie schijnt nog te vinden te zijn bij de Koninklijke Academie voor taal en letterkunde.